De website is op het moment in onderhoud, waardoor delen wellicht niet zichtbaar zijn. Uw geduld wordt op prijs gesteld.
Richtlijnen van de TWIF, gehanteerd door de TTO Drenthe.

De TWIF specificatie outdoor schoenen (regel 8.4.1.) is als volgt:

Hiel/hak; De hiel/hak moet vlak zijn met de zool van de schoen- verticaal naar beneden bekeken vanaf de achterkant van de schoen en vanaf de zijkant van de schoen. De voorkant van de hiel/hak dient recht te zijn en moet haaks zijn ten opzichte van een middenlijn, ook de achterkant dient haaks te zijn. De zijkant van de schoen welke in contact is met de grond kan voorzien worden van een zogenaamde “cutting edge”. Dit is een inkeping voor de hiel/hak met een maximale diepte van 15 mm. Dit is een inkeping dus de hak mag nooit buiten de schoen steken. De andere kant van schoen is gewoon vlak in een rechte lijn (zie rode lijn tekening).
De maximale hoogte van de hiel/hak, inclusief de stalen bodemplaat die maximaal 6,5 mm dik is, mag in totaal niet meer zijn dan 35 mm gemeten vanaf de onderkant van de schoen. De 35 mm is dus inclusief de gemonteerde bodemplaat. De lengte van de hiel/hak mag niet minder zijn dan een kwart van de totale schoenlengte en niet groter dan een derde van schoenlengte (zie tekening).
Zool materiaal; Het materiaal van de zool/bodemplaat (inclusief de hiel/hak boven de stalen plaat van 6,5 mm) mag van aluminium gemaakt zijn. Zolang alleen de bodemplaat van de hiel/hak maar een stalenplaat is. Voor voorkant van schoen moet dit van een niet metalen materiaal zijn.
Voorkant schoen; De voorkant van de schoen kan met of zonder verhoging gemaakt worden (type A of B). Als de schoen op een vlakke ondergrond staat hoeft de voorkant van de schoen door de hoge hiel/hak niet de ondergrond te raken. Het hoogteverschil (type B) met de hiel/hak moet minimaal 6,5 mm zijn. Wanneer de voorkant van de schoen verhoogd is (type A) mag de lengte van de opbouw niet minder zijn dan de helft van de totale schoenlengte. De hoogte van de verhoging mag net zoals de hiel/hak maximaal 35 mm zijn. De bodemplaat moet een niet metalen materiaal zijn van minimaal 6,5 mm. Dat geldt voor zowel type A als type B (zie tekening).